Keltische goudschat van Heers

De goudschat van Heers bestaat uit 102 Keltische munten die dateren van de 1ste eeuw voor Christus. Volgens experts werden ze geslagen vanaf 57 voor Christus, tijdens de veldtochten van de Romeinse generaal Julius Caesar in Gallië. Mogelijk zou het zelfs om geld van Ambiorix kunnen gaan, dat de vorst van de beroemde Eburonen liet slaan om zijn opstand tegen Caesar te financieren. Het gebruik om gouden munten te slaan, sijpelde enkele eeuwen voor het begin van onze tijdrekening vanuit het Middellandse-Zeegebied onze streken binnen. In Noord-Gallië werden Griekse en Macedonische munten nagemaakt die door Gallische huurlingen waren meegebracht. De eigen munten werden niet gebruikt om goederen mee te kopen. De waarde van deze munten was veel te hoog voor dagelijkse gebruik. De goudstukken dienden in de eerste plaats om (huur)soldaten te vergoeden, maar ook als diplomatieke giften en mogelijk als offer aan de goden.

In de 2de eeuw v.C. sloegen de Ambiani - die in het huidige Noord-Frankrijk rond Amiens woonden - al munten. Een eeuw later sloegen verscheidene Gallische stammen munten, al bestaan er heroïsche discussies onder experts over wie nu welke munten uitgaf. Geen wonder, want we beschikken nauwelijks over geschreven bronnen uit de tijd zelf. Algemeen neemt men aan dat de vorsten of de machtigste leden van een volk munt lieten slaan. Opvallend is dat het aantal gouden munten en muntschatten rond de periode van de Gallische Oorlogen (de veldtochten van Julius Caesar in Gallië, 58-51 v.C.) in onze streken fors toeneemt. Waarschijnlijk diende het geld om de soldaten te betalen die de lokale stammen samen op de been brachten om de Romeinse veroveraars te stoppen. De munten leken dan ook sterk op mekaar maar hadden toch aparte kenmerken, vermoedelijk per stam. Dat doen ze omdat ze bijna alle rechtsreeks of onrechtsreeks geïnspireerd zijn door staters van Filips II van Macedonië, de vader van Alexander de grote die veel keltische huurlingen in dienst nam. Na de Gallische Oorlogen en de Romeinse plunderingen droogde de "gouden" muntstroom in onze streken bijna helemaal op. Wel waren er nog lokale bronzen munten.

Ook de Eburonen - volgens Caesar een weinig machtig volk dat tussen de Maas en de Rijn woonde - sloegen in die tijd munten. De oudste dateren al van rond 75 v.C., maar het overgrote deel van de Eburonenstaters werd waarschijnlijk voor en tijdens de beroemste opstand van Ambiorix tegen Julius Caesar in 54v.C. geslagen. Dat wijst er op dat de opstand geen plotse opwelling, maar een goed geplande operatie was. De dichtstbij gelegen goudbron lag in het gebied tussen de Amblève, de Warche en de Salm. De keerzijde van de Eburonenstaters - met de afbeelding van een paard - waren afgeleid van een bepaald munttype van de Treviri, een van de buurvolkeren die in de omgeving van Trier woonde, terwijl de voorzijde - met een driebeen - was overgenomen van de Germanen. In het gebied van de Eburonen werden ook heel wat uitheemse munten aangetroffen: veel van de Nerviërs, maar ook van de Atrebati, Ambiani en Remii. Dat beeld lijkt door de goudschat van Heers bevestigd te worden: hier ging het om 78 munten van de Eburonen, 21 munten van de Nerviërs, één munt van de Treviri, één munt van de Veliocases en één onbeslagen muntplaatje.

Wanneer de goudschat precies geslagen en begraven werd, en door wie, zal wel nooit met zekerheid kunnen vastgesteld worden. Maar de munten zijn beslist geslagen naar aanleiding van de campagne. Erg opvallend is dat het leeuwendeel van de Eburonenstaters - 61 in totaal - afkomstig is van dezelfde muntstempel en de meeste munten relatief "vers" waren. Dat is erg uitzonderlijk. Ook de meeste munten van de Nerviërs kwamen van slechts 3 muntstempels, wat er op wijst dat de schat echt samenhoorde. De aanmunter was waarschijnlijk een Eburoon, iemand uit de hoogste kringen, mogeljik Ambiorix zelf. Aangezien er geen elementen gevonden zijn om de goudschat als een religieuze gift te identificeren, vermoeden experts dat het om geld ging waarmee een aantal huurlingen moest betaald worden. Mogelijk werd het in afwachting snel begraven, maar door een noodsituatie achtergelaten. In ieder geval legt de goudschat de directe link met de tijd van Ambiorix. Kortom, een perfecte aanwinst voor het Gallo-Romeins museum in Tongeren. Experts vermoeden dat er ooit meer dan een miljoen Eburonenstaters werden geslagen, daarvan werden er - voor zover bekend - slechts 160 teruggevonden. Het museum is nu de trotse bezitter van de helft daarvan.

Het Belang van Limburg, donderdag 21 juni 2001 - Koenraad NIJSSEN

Terug

Bijgevoegd een videoverslag met getuigenissen van de vinder Raf Jansen en gedeputeerde Lavigne.

Videoverslag

U heeft Windows Media Player® nodig om deze video af te spelen klik op onderstaande figuur om deze mediaplayer te downloaden van Microsoft.com.