![]()
De Prijs die Limburg betaalde voor de Belgische Onafhankelijkheid (1830-1839) |
![]()
|
De
aanhangers van de Groot-Limburgse gedachte zien het ontstaan van de
grote provincie Limburg in 1815 als de bekroning van een natuurlijke
ontwikkeling. Ook de toenmalige ingezetenen hielden van hun gewest, maar
zij uitten dit patriottisme pas in volle verdediging bij het
uiteenvallen van de provincie in 1839. Koning Willem I wilde als
‘goede vorst’ regeren, maar miste tactische souplesse. Zijn
taalpolitiek en het gekibbel met de katholieken en de liberalen verwekte
steeds meer wrevel bij vooraanstaande burgers. Toen in augustus 1830 in
Brussel de opstand uitbrak, zaten verschillende Limburgse politici in de
voorhoede. Het gros van de bevolking bekeek het veeleer met klassieke
gelatenheid. Niettemin schaarde na verloop van tijd de ganse provincie
zich achter de nieuwbakken staat. Ironisch genoeg bleef de meest
‘Belgische’ stad, Maastricht,
in Nederlandse handen. Na een diplomatieke interventie van de grote
mogendheden kwamen in 1831 enkele compromissen uit de bus. In de eerste
regeling kreeg Willem I de stad Venlo en 53 Staatse dorpen die vóór
1790 bij de Nederlanden hoorden. De Belgen protesteerden fors en
sleepten in juli 1831 een acceptabeler vergelijk uit het overleg. De
’18 Artikelen’ spraken slechts vaag over een scheiding van de
provincies Limburg en Luxemburg. Deze regeling vond geen genade bij
Willem I en zijn soldaten moesten een beslissing forceren. Vanuit de
Noord-Brabantse Kempen overrompelde kroonprins Willem – later koning
Willem II – Hasselt, Tongeren, Sint-Truiden en Leuven. Onder druk van
een naderend Frans hulpleger moesten de Nederlanders na tien dagen
afdruipen. De buurlanden redigeerden vervolgens een nieuw voorstel van
verdrag, de ’24 Artikelen’: Limburg zou op de linkeroever van de
Maas boven de gemeenten Kessenich, Bree en Bocholt gesplitst worden.
Willem I bleef echter mordicus weigeren maar beloofde ook geen
vijandelijkheden meer te beginnen. Zo bleef het in de praktijk alles bij
het oude. Met uitzondering van Maastricht werd Limburg integraal door
België bestuurd. |
![]()
![]() |
|||