 |
Rond 3.100
vC vestigde zich een nieuwe groep immigranten naast de inheemse
landbouwers. Zij kwamen uit het oosten. Naar hun karakteristiek aardewerk
worden deze mensen de "Standvoetbekerlieden" genoemd. Door
stuifmeelkorrelonderzoek weten we ze flinke stukken bos kapten voor
weidegrond; ze hielden zich voornamelijk met runderteelt bezig. Toch
hadden ze meestal ook wel enkele schapen, geiten, varkens en een hond. In
geringe mate deden ze aan akkerbouw, waarbij ze gerst, tarwe, emmer en
eenkoorn verbouwden. De Standvoetbekerlieden zijn verantwoordelijk voor
heel wat innovaties, o.a. het eerste koper, dat ze uit de Donaulanden
meebrachten. De Standvoetbekerlieden zijn - vooral in Nederland - bekend
door hun begrafeniswijze: ze begroeven hun lijken met een versierde beker
en soms een stenen strijdhamer of een vuurstenen lemmer onder een grote
grafheuvel. Rond 2.600 vC versmelt de Standvoetbekercultuur met een aantal
inheemse groepen en ontstaat de "Klokbekercultuur". De situatie
is overigens wel een beetje gecompliceerd, want klokbekers komen dan
opeens in heel Europa voor, vooral in maritieme streken. De contacten
worden voornamelijk over zee en rivieren gelegd en houden klaarblijkelijk
verband met de metaalhandel. Naast metaal (koper, brons, goud,...) wordt
er trouwens ook nog barnsteen (o.a. van de Deense kuststreken) en
vuursteen (o.a. van Grand-Pressigny, Midden-Frankrijk) verhandeld. Ook de
Klokbekermensen doen aan veeteelt (rund, schaap, varken,...). Daarenboven
brengen ze de eerste gedomesticeerde paarden en het houten wiel naar hier.
Ze begraven hun doden onder een grafheuvel, soms in een houten kist en met
het hoofd naar het oosten. Als bijgaven treffen we meestal klokbekers en
vuurstenen lemmers aan. Talrijke vondsten werden gedaan o.m in Gruitrode
en op de Donderslagheide
Tijdens het
Jong-Neolithicum leren de mensen in onze streken het brons kennen. In
Nederland heeft men daarenboven ook de bewijzen voor lokale
metaalbewerking gevonden. Het lijkt er dus op, dat we na de komst van de
Klokbekerlieden reeds met één been in de Bronstijd gestapt zijn.
Terug
|
|