![]() |
1.100 v.C - 700 v.C
|
![]() |
Terwijl in de Lage Landen de Hilversumcultuur nog in volle bloei is, ontstaat in Centraal-Europa de Urnenveldencultuur. Waar men in die streken totnogtoe alleen maar de inhumatieritus kende, schakelt men er nu over op de crematieritus. De doden worden in grafvelden ("Urnenvelden") bij mekaar gegraven. Grafheuvel geraken er uit de mode, en vanaf nu wordt er nog enkel gebruik gemaakt van vlakgraven. Langs de Rijnvallei enerzijds, en langs Noordoost-Frankrijk anderzijds bereikt een verzwakte vorm van deze Centraal-Europese Urnenveldengroep onze streken rond 1.100 v.C. In de Kempen wordt deze cultuur door de autochtone Hilversumbevolking dan nog eens omgevormd tot een eigen verschijningsvorm; zo behoudt men er het aloude gebruik van grafheuvels, die omgeven worden door kringgreppels of kringsloten. Naast deze grafheuvels komen vanaf dan ook vlakgraven voor. De graven zijn eenvoudig; in vele gevallen worden de crematieresten gewoon in een doek gewikkeld en in de grond begraven. Meestal echter worden deze resten in een urn geplaatst. Soms treft men één of twee bijpotjes aan; dit houdt waarschijnlijk verband met rituele plengoffers die de familieleden bij de begrafenisplechtigheid hielden. Bij deze begrafenisplechtigheid werd de dode in volornaat op de brandstapel verbrand, waarna de crematieresten (ook soms gesmolten brons) ingezameld werden. |
|
![]() |
|||