|
De algemene Keltische voorgeschiedenis |
|
Omdat de Kelten als eerste ‘geciviliseerde’ bevolkingsgroep Europa kwam bewonen, staan we stil bij onze mysterieuze voorouders. De Kelten: Het volk dat mysterieus vanuit de Aziatische steppe onze contreien kwam bevolken. Wat deed hen naar hier leiden? Laten we even filosoferen… Van een volk dat zó rusteloos door Europa zwierf als de Kelten kan men eigenlijk bijna niet aannemen dat het sterk aan ‘zijn’ grond gehecht zou zijn. Echte boeren kunnen zich maar heel moeilijk van hun grond losmaken, ze drijven hun weldoorvoede kudden niet nodeloos langs stoffige zwerfpaden, die naar wie-weet-welke schrale weigronden leiden. Ze houden van het vertrouwde, van de regelmatige afwisseling van zaaien en oogsten. Dat omvat allemaal grootheden die te berekenen zijn, bekende levensomstandigheden, een wereld die door vertrouwde horizonten omsloten zijn. Avontuurlijke mensen moeten van een andere slag zijn. Wie in kritieke situaties bereid is, op een vaag gerucht over paradijselijke landen, ginds achter de bergen, alles op te geven, en, zij het ook noodgedwongen, zijn héle bestaan op vage hoop zet, die heeft zwerversbloed in de aderen. Voorts is hij gewoon om bezit te verstaan als iets, wat gemakkelijk verplaatsbaar is. Bij tijd en wijle schijnen de Kelten in zulke categorieën te hebben gedacht. Maar: trekkersdrift is één. Het vermogen, hem in daden om te zetten, is een andere zaak. Om duizenden mensen te laten trekken zijn organisatietalent plus de technische middelen voor die verplaatsing vereist. Er moeten stevige wagens en karren zijn, trekdieren, tenten, verplaatsbare inventaris, herders die grote kudden bijeen kunnen houden, en voerlieden of ruiters, die, ver vooruit gaande, de dagelijkse mars verkennen. Het meegenomen volk moet zo’n zigeunerleven kunnen doorstaan. Omdat dit bij de Kelten kennelijk het geval was, ligt het vermoeden voor de hand dat zij – hetzij in een vroeg stadium van hun ontwikkeling – nomaden waren, en pas later, in streken die hun aanstonden, tot enige ‘gezetenheid’ kwamen. Zoekt men naar het punt waar de historie van de Kelten begonnen kan zijn, dan moet men terugkeren tot de tijden, waarin het paard voor het eerst in het leven van de mens een belangrijke rol ging spelen. Om helemaal nauwkeurig te zijn zou men zelfs de eerste jager moeten zoeken die een lichtvoetige tarpan ving (de voorvader van de meeste van onze tegenwoordige, gedomesticeerde paardenrassen), en dit dier niet doodde maar het temde. Pas toen dat was gelukt begon de wereld voor een groot deel van de mensheid ingrijpend te veranderen. |
|
![]() |
|||