Het grootste mammoetenskelet van België werd in 1860 in Lier gevonden. Tijdens graafwerken voor een kanaal bij de Nete, legden werklieden een reeks fossiele beenderen bloot. Deze beenderen staken 10 meter diep in zanden, die in de laatste ijstijd door de Nete waren afgezet. De Nete maakte toen, net als de Schelde, Leie en andere rivieren in Vlaanderen, deel uit van de zogenaamde Vlaamse Vallei. Dit is een complex van dalen die tijdens de ijstijden afwisselend uitgeschuurd en opgevuld werden door de werking van rivieren en estuaria. Deze paleovallei werd in de loop van de laatste ijstijd opgevuld met rivier- en windafzettingen. De beenderen van Lier zijn afkomstig van twee volwassen mammoeten en een jonge mammoet. Op dezelfde plaats werden ook botten gevonden van een wolharige neushoorn, een holenhyena, een paard en een hert.

Het mammoetenskelet werd gemonteerd en in 1869 voor het eerst aan het publiek getoond: een première voor West-Europa. Alleen het museum van Sint-Petersburg was toen in het bezit van een mammoet skelet. De meeste beenderen van het skelet van Lier behoorden toe aan een enkel mannelijk dier; ontbrekende botten werden in hout nagemaakt. De mammoetstier had een schofthoogte van ongeveer 3,6 m. Hij stierf vermoedelijk toen hij tussen de 30 en 35 jaar oud was, wat afgeleid wordt uit de afslijting van zijn tanden.

Terug