![]() |
2.500.000 v.C - 80.000 v.C
|
![]() |
De eerste mensen verschenen omstreeks 2,5 miljoen jaren geleden op aarde. Hun sporen werden vooral aangetroffen in Oost-Afrika. Ze hadden een groter intellect dan hun voorgangers en vervaardigden stenen werktuigen. De vroegste sporen van menselijke aanwezigheid in onze streken gaan niet verder terug dan 500.000 jaar geleden. Deze tijd wordt gekenmerkt door een opeenvolging van koude periodes (ijstijden of glacialen). Tijdens die ijstijden waren grote delen van Noord-Europa bedolven onder een dik ijspakket. Een enorme hoeveelheid zeewater werd omgezet in ijs, waardoor de zeespiegel fel daalde. Een deel van het land dat anders onder water lag, kwam droog te liggen (bijvoorbeeld de Noordzee). Tijdens een kortstondige maar hevige lente smolt een gedeelte van het ijspakket; hierdoor werden grinden en vaak grote zwerfstenen door de grote rivieren afgezet. Het landschap bestond uit toendra en steppe (te vergelijken met het huidige Siberië). Mammoet, wolharige neushoorn, holenbeer, steppebizon, paard en rendier vonden hier hun voedsel. De stijging van de temperatuur tussen de tussenijstijden deed de ijskap smelten; we kregen een bosvegetatie met hert en beer. In deze periode werd de jachtbuit door de mens bewerkt met primitieve, zware |
|
![]() |
|||