|
Vanaf de laatste ijstijd (Würm-ijstijd) ontwikkelt zich het
Midden-Paleolithicum. het was een uiterst barre tijd waarin toch enkele
korte warme periodes voorkwamen (interstadialen). Uit deze periode kennen
we in Vlaanderen slechts enkele vindplaatsen. In 1985 werd in Vollezele
(Galmaarden, Vlaams-Brabant) een belangrijk jachtkamp van de Neanderthaler
opgegraven. In 1983 werd in Kesselt (Lanaken) ook een gelijkaardige
vindplaats opgegraven. De prehistorische mens had er jacht gemaakt op de
mammoet, wolharige neushoorn, rendier, paard en bizon. De buit bewerkte
hij met schraapwerktuigen (boordschrabbers) en reeds verder ontwikkelde,
dunne vuistbijlen. Voor het overige kenden we voorheen uit Limburg slechts
enkele verspreide vondsten, namelijk de vuistbijlen van Kanne, Vorsen,
Opheers, Rukkelingen, Linde-Peer en een zogenaamde
"proto-Levalloiskern" van As. Recent troffen we ook in Meeuwen
en onmiddellijke omgeving enkele voorwerpen aan die door de Neanderthaler
vervaardigd werden. Mogelijk had hij in deze periode één of meerdere
jachtkampen in de omgeving. In Opglabbeek vond men we twee boordschrabbers
(Turfven en Ruiterskuilen). In Ellikom ontdekte men in 1984 een
Paleolithisch artefact dat kenmerken vertoont van de Levallois-techniek.
Terug
|
|