![]() |
6.000 v.C - 4.000 v.C
|
![]() |
Gedurende het Atlanticum (6.000 - 3.500 v.C.) wordt het klimaat milder, zelfs nog iets milder dan tegenwoordig. Schaduwboomsoorten en bomen met zware vruchten (eik, linde, olm) vormen met de al eerder voorkomende soorten een gevarieerde bos. De Mesolitische mens kan zich nu verheugen op een uitgebreide voedselvoorraad, waarin naast de diersoorten uit het Preboreaal ook de ever en de ree voorkomen. In onze streek werden de laatste jaren verscheidene vindplaatsen uit deze periode onderzocht. Het blijkt dat de Mesolitische mens bij voorkeur zijn tenten opslaat op een duinenrug, vlak bij een ven. Van hieruit heeft hij een zicht op het wild dat zich bij het water ophoudt. Typisch voor deze periode zijn de vuurstenen, trapeziumvormige bewapeningsvoorwerpen. Ook Wommersomkwartsiet wordt nu veelvuldig gebruikt; deze grondstof dagzoomt maar op één plaats, namelijk te Wommersom (Linter) bij Tienen. Blijkbaar had de mens dit materiaal door ruil (wild, planten,...) verkregen. In 1971 werd in de Ruiterskuilen van Opglabbeek zo'n jachtkamp opgegraven. Er werden microlieten voor de jacht vervaardigd. Bovendien werden er dieren geslacht en huiden met schraapwerktuigen bewerkt. Het is duidelijk dat de mensen die er verbleven ook nog vruchten verzamelden; zo vond men op de site nog een aantal kersenpitten terug. Uit pollenmonsters blijkt dat in die tijd aan de Ruiterskuil een uitgestrekt lindenbos stond, waarin ook wel hazelaars, berken, elzen, eiken en dennen voorkwamen. Een andere site van Opglabbeek-Ruiterskuil werd opgegraven in 1985 en vertoont een gelijkaardig beeld. Daarenboven kennen we uit deze periode vindplaatsen op de Opglabbeker Zavel te Genk en een viertal sites te Meeuwen. Het jachtkamp van Meeuwen-In den Damp 4 werd in 1975-1976 opgegraven. Er kwamen toen 2.000 artefacten aan het licht. Op het site was ook een haard aanwezig. De site Meeuwen-In den Damp 1 dat in 1986 opgegraven werden 4 concentraties bewerkte vuursteentjes gevonden. De Mesolitische mens heeft hier tijdens het Jong-Mesolithicum gekampeerd om wapenspitsen te maken: trapezia, spitsen met ongeretoucheerde basis, Tardenois-spitsen, spitsen met dekkende retouches, enz. Ook op deze vindplaats werden een aantal haardstructuren gevonden. Hoewel het duidelijk is dat het bij de 4 concentraties om dezelfde jagers gaat, weet men nog niet of deze hutten er ook op hetzelfde moment gestaan hebben. Mogelijk werd het site destijds gedurende vier opeenvolgende jaren bezocht, waarbij men telkens iets verderop ging kamperen. Hou zou men zich leven van deze jagers en verzamelaars uit de Midden-Steentijd kunnen voorstellen? Hun gemeenschappen waren waarschijnlijk tamelijk klein van omvang, d.w.z. 4 à 6 families, 20 à 30 personen. Ze trokken elk jaar opnieuw rond in een klein territorium, waarbij ze enkele weken op één plaats, het basiskamp, verbleven. De site Ruiterskuilen 1 heeft hoogst waarschijnlijk die functie gehad. Vrouwen en kinderen verzamelden vruchten en planten rond het kamp, terwijl in het kamp zelf aan huidenbewerking gedaan werd. De mannen gingen op jacht. Soms trokken ze voor meerdere dagen erop uit om wild te vangen. Op grote afstand van hun basiskamp bouwden ze dan dikwijls een hut, vervaardigden daar een aantal wapenspitsen, maakten in de omgeving een grote hoeveelheid wild buit en aten er een gedeelte van op. De site In den Damp 1 van Meeuwen had waarschijnlijk deze bestemming gehad. Met de rest van de buit keerden ze terug naar het basiskamp. Om de voedselbronnen niet uit te putten trok de groep na enkele weken naar een andere volgende plaats. Tijdens het trekseizoen (voorjaar, najaar) wanneer er voedsel in overvloed was, konden verscheidene groepen samenkomen, werden er sociale onderhouden en werden eventueel de partners gekozen. Wanneer het Mesolithicum ten einde loopt, is voor de archeologen nog altijd een open vraag. Het is in elk geval zo, dat de eerste landbouwers rond 5.300 v.C. in Belgisch Haspengouw arriveren. In de Kempen houden de jagers en verzamelaars dan nog zeker tot 4.000 v.C. hun traditionele levenswijze in stand. |
|
![]() |
|||