![]() |
264 v.C - 241 v.C
|
|
Rome zag hiervan het gevaar in en besloot in te grijpen. Na de bevrijding van Messina, zette Rome de oorlog verder, maar het bevond zich, ondanks de op Sicilië behaalde successen, in een hachelijke positie. Hoe kon men immers een vijand klein krijgen die de zeeën beheerste? Rome bezat een beroepsleger maar geen vloot en de Carthagers hadden een vloot, maar hun leger was samengesteld uit huurlingen. Vrij snel besloten de Romeinen een vloot te bouwen. Voor de bouw van hun eerste schepen, die bemand werden met onervaren zeelui, gebruikten ze een oude, gestrande Punische galei. Reeds tijdens het eerste gevecht viel deze vloot in handen van de Carthagers, tot groot jolijt van deze laatsten. Maar dat was geen bezwaar om als de bliksem een tweede vloot te bouwen. Onder het bevel van consul Duillius behaalden de Romeinen hun eerste overwinning bij Mylae in 260 v.C. tot stomme verbazing van de Carthagers. Trots op hun succes trachtten de Romeinen de oorlog te verleggen naar Afrika. Onder consul Regulus landde een expeditieleger ten zuiden van Carthago, maar dit avontuur bekwam hen slecht want het leger werd verslagen en Regulus zelf werd gevangengenomen. Er volgden nog meer nederlagen op zee, schepen gingen verloren, hetzij door toedoen van de vijand. De Carthagers bleven meester op zee, de Romeinen op het land. Ze deden er dus beter aan zich op het eiland te nestelen. Op dat ogenblik trachtten de Carthagers, onder het bevel van Hamilcar Carcas, op hun beurt het eiland te veroveren. De Romeinen ondernamen een derde reeks gevechten op zee. Consul Latius kreeg het bevel en behaalde een schitterende overwinning in de slag bij de Aegatische Eilanden in 241 v.C., terwijl Lilybaeum, na een beleg dat 10 jaar duurde, door de landstrijdkrachten overmeesterd werd. De Carthagers moesten Sicilië ontruimen, een zware oorlogsschatting betalen, Corsica verlaten en hun expansiedrang intomen. Aldus eindigde de eerste Punische oorlog, die 23 jaar lang geduurd had en de Romeinen 700 en de Carthagers 500 schepen gekost had. Maar haat en wrok bleven het wantrouwen van de tegenstanders aanwakkeren. In Afrika stonden de Carthagers grote moeilijkheden te wachten. Hun leger dat hoofdzakelijk bestond uit huurlingen van diverse pluimage, was allesbehalve tevreden met het verloop der gebeurtenissen en vooral met de achterstand in de uitbetaling van de soldij. Het kwam tot opstand en blokkeerde de stad. Wat volgde was een verbeten, brutale en meedogenloze oorlog, gevoerd door een stelletje huurlingen dat niets te verliezen had en dat er in slaagde Carthago de stuipen op het lijf te jagen. Ten langen leste slaagde Hamilcar Carcas er met de hulp van de Numidische cavalerie de bloedige revolte te onderdrukken. |