205 v.C - 146 v.C
Romeinse Rijk
(De strafexpedities)


Van sommige vorsten en volkeren kon Rome niet vergeten dat ze Hannibal geholpen hadden. Trots op de behaalde successen besloot het de schuldigen te bestraffen. De belangrijkste bondgenoot was Phillipus V van Macedonië geweest. Zodra de oorlog tegen Hannibal beëindigd was begonnen de Romeinen hun vijandelijkheden tegen de Macedoniër, die van Romes moeilijkheden gebruik gemaakt had om haar bondgenoten Rhodos en Pergamum aan te vallen en de oude Macedonische droom, de verovering van Asia, te realiseren. Phillipus V werd in 197 v.C. bij Cynoscephalae verpletterd door het Romeinse leger onder het bevel van consul Flaminius. Een jaar later kondigde Flaminius de onafhankelijkheid af van de Griekse steden, die bevrijd waren van de Macedoniërs en nu onder Romeins protectoraat kwamen te staan. Griekenland kwam jaren nadien nog tweemaal in opstand maar uiteindelijk, na de verwoesting van Corinthe, kwam er een einde aan zijn onafhankelijkheid. Samen met Macedonië werd het de eerste ‘provincia’ of Romeinse provincie.

Dan was de beurt aan Carthago. De Romeinen waren zeer ongerust over de heropleving van de stad. Publius hernam het beleg van Carthago, dat twee jaar eerder was begonnen, blokkeerde de stad en veroverde haar in 146 v.C., waardoor de Romeinen hun angst voorgoed verloren. Het veroverde gebied werd omgedoopt tot een nieuwe provincie ‘Africa’ en Rome herademde. Na 120 jaar kwam er ten slotte een einde aan het gevecht op leven en dood dat twee geduchte tegenstanders in conflict gebracht had. Aan weerszijden was het een meedogenloze oorlog en wellicht de meest gedenkwaardige strijd uit de oudheid.

Terug - Verder