264 v.C - 146 v.C
Romeinse Rijk
(De republiek tijdens de Punische oorlogen)


Rome zag in Carthago, aan de andere kant van de Middellandse Zee, een lastige buur. Carthago werd in 814 v.C. gesticht in een golf tegenover Sicilië. De stad liet zich gewillig koloniseren door de Grieken. Omstreeks 500 v.C. begon het Fenicische kolonies rond zich te verzamelen en daarmee ontstond een sterk gecentraliseerde economische mogendheid. Dankzij het verbond met de Etrusken kon het rijke, welvarende Carthago zich veroorloven om tegelijkertijd Griekenland aan te vallen en de eigen expansie voort te zetten. Carthago was een wel een weelderige, doch hoofdzakelijk autoritaire handelsmogendheid. Het viel Sicilië aan om zijn rijkdommen uit de buiten en slaagde er gedeeltelijk in het eiland te veroveren. Rome was hiermee allesbehalve opgetogen.

Carthago, handelmacht bij uitstek met vaste voet op Sicilië en het westelijk bekken van de Middellandse Zee, moest indien ze haar bezittingen wenste te behouden een einde stellen aan de veroveringshonger van Rome. Rome moest op haar beurt Carthago aanvallen indien ze de touwtjes in handen wou nemen. Een oorlog was onvermijdelijk. De aanleiding tot de eerste Punische oorlog – de Romeinen noemden de inwoners van Carthago ‘Puni’ of ‘Poeni’ wat Feniciërs betekend – was een uit de hand gelopen ruzie op Sicilië waarbij Carthago de stad Messina op het eiland innam.

Terug - Verder