400 - 1031
De vroege middeleeuwen
(De val van het Romeinse Rijk)


De val van het Romeinse Rijk

Al wel 2 eeuwen lang trokken Germaanse horden over en weer het Romeinse grensgewest. Plunderend en verwoestend rukten ze op tot in Gallië of in Illyrië, werden telkens teruggedrongen over de Rijn en de Donau, maar stonden korte tijd later opnieuw klaar. Ondanks de voortdurende onveiligheid en de bijhorende beroering was de bevolking gewend geraakt aan deze raids. Vroeg of laat zou het Rijk weer nieuwe krachten opdoen, het was toch immers eeuwig? Men klampte zich vast aan deze illusie om te overleven. In de loop van de voorbije eeuw had keizer Julianus Apostata de Alamannen teruggedrongen tot over de Rijn, maar door de Hunnen verdreven Visigoten hadden zich na hun overwinning in Adrianopel (378) in Thracië en Macedonië gevestigd. De Franken hadden op hun beurt de toelating gekregen om zich in noordelijk Gallië te installeren. Nog andere volkeren vonden een thuis op de Pannonische vlakten. De barbaren, die elkaar aan de grenzen verdrongen, waren eigenlijk helemaal niet zo barbaars. Sedert geruime tijd leefden ze onder invloed van de Romeinse beschaving – de Franken weliswaar in mindere mate – en bovendien waren ze vertrouwd met de arische vorm van het christendom. De wereld achter hun eigen vertrouwde horizon was dus aantrekkelijk om te worden opgenomen, niet op te verwoesten. Circa 375 sloegen de Goten een eerste maal op de vlucht voor de Hunnen, waarna zich, na afloop van de slag bij Adrianopel binnen de Romeinse linies vestigden. Als gevolg daarvan naderden de Hunnen gevaarlijk dicht tot bij de keizerlijke grenzen. Hun opmars in het begin van de 5de eeuw veroorzaakte veel verwarring. In 406 kwamen er barsten in de Romeinse grenzen: Visigoten, Vandalen, Alamannen, Sueven en Bourgondiërs wachtten het ogenblik af om zich op het Rijk te storten. De Visigoten trachtten herhaaldelijk Italië binnen te vallen, wat mislukte dank zij het doeltreffend verzet van Stilicho, legerleider onder keizer Honorius. Onder aanvoering van koning Alarik slaagden ze er ten slotte toch in schiereiland klein te krijgen. Rome werd in in 410 geplunderd. Deze gebeurtenissen kenden een geweldige weerklank. Ondertussen rukten de Visigoten op van Noord- naar Zuid-Italië, al waagden ze zich niet aan Ravenna, de hoofdstad van het Westromeinse rijk. De keizer slaagde er in de opvolger van Alarik, Athaülf, terug te drijven naar Gallië en gaf hem zijn zuster Galla Placida ten huwelijk. Een droevige diplomatieke overwinning… De Visigoten kregen een federaal statuut en vestigden zich in Aquitanië en Spanje. De wettelijkheid was gered.De Vandalen, de Sueven en Bourgondiërs staken op hun beurt de Rijn over, brachten de zogenaamde Romeinse legers ten val en verspreidden zich in Gallië. Ze vonden het raadzaam om de afstand tussen henzelf en de Hunnen zo groot mogelijk te houden. Op deze wijze bereikten de Sueven Spanje, maar ze werden er korte tijd nadien verjaagd door de Visigoten die in de naam van de keizer optraden en de Vandalen om, onder leiding van hun aanvoerder Geiserik, te vluchtten. Daar werd Tunesië hun thuishaven. Eens te meer stond de keizer voor een voldongen feit en moest hij hun een federaal statuut erkennen. De Bourgondiërs daarentegen vestigden zich in de Savoye. Maar dan vertrokken de Hunnen voor de zoveelste maal op avontuur in Europa (midden van de 5de eeuw). Na enkele nederlagen in de Balkan, rukten zij onder aanvoering van Atilla naar het Westen op. Om zich te verdedigen sloten de Barbaren een verbond. Onder het bevel van Aetus, Romeins veldheer die er in geslaagd was een deel van Gallië onder keizerlijk bewind te houden, vond het treffen met Atilla en zijn Hunnen plaats nabij Troyes. Deze gedenkwaardige slag op Catalaunische velden (451) was evenwel niet beslissend want Atilla kon zich terugtrekken aan de overzijde van de Rijn. Van daaruit viel hij het daaropvolgende jaar Italië aan, waarna het noordelijk schiereiland veroverde en vredesonderhandelingen voerde met de bisschop van Rome, paus Leo de Grote. Nog een jaar later stierf Atilla en de Hunnen verdwenen van het strijdtoneel, herinneringen achterlatend op de Pannonische vlakte. Opnieuw dook er een gevaar op voor Rome. In 455 staken Geiserik en zijn Vandalen de zee over, waarna ze de stad veroverden, systematisch plunderden en terugkeerden vanwaar ze gekomen waren. Het weerloze Italië dat werd bestuurd door onbekwame keizers, werd aan z’n lot overgelaten en kon jammer genoeg niets ondernemen tegen de militaire campagnes van allerhande vijanden. De eerste invasies volgden elkaar willekeurig op naar gelang van de omstandigheden en het verzet. Aanvankelijk waren het korte invallen of georganiseerde plunderingen. De invasies van 406 verasten in die zin dat het Westromeinse Rijk, uit onmacht of zwakheid, liet begaan. De Romeinen ondergingen hun lot geduldig, denkend dat de Barbaren zouden terugkeren vanwaar ze gekomen waren. Maar ditmaal verliepen de zaken niet volgens het gekende stramien. Er ontstonden koninkrijken, waarbij grotere en kleinere delen van het vroegere Romeinse Rijk gevoegd. In Afrika bleken de Vandalen tegen elke aanval bestand, de Visigoten waren stevig gevestigd in Spanje en in Gallië (tot de Loire) en de Bourgondiërs hadden vaste voet tussen de Rhône en de Alpen. Terwijl het grondgebied tussen Somme en Loire in handen bleef van Syagrius, heerser over het laatste stukje keizerlijk grondgebied, wachtten de Franken geduldig af ten noorden van de Somme. In Italië werd Romulus Augustulus, laatste schijnkeizer van het Westromeinse Rijk afgezet door Odoaker, een Skyrisch vorst, die de keizerlijke insignes opstuurde naar de keizer in Constantinopel. Wettelijk en feitelijk betekende dit de val van het Westromeinse Rijk. Toch slaagde Odoaker er niet in de macht in handen de houden: zijn plaats werd ingenomen door Theodorik en diens Ostrogoten. Opnieuw ving een tijdperk aan, waarin men poogde de verloren eenheid te herstellen. Twee mannen traden daarbij op de voorgrond: Theodorik en Chlovodech (Clovis). Theodorik deed pas laat zijn intrede op het Europese toneel. Onder invloed van de Oost-Romeinse keizer kreeg hij interesse voor Italië en 488 voerde hij zijn volk, de Ostrogoten, naar dat land. Hij versloeg Odoaker, waarna hij met instemming van de Oost-Romeinse vorst over Italië regeerde. Theodoriks pogingen om het Romeinse verval onder controle te krijgen, zijn niet vergeefs geweest. Wellicht heeft hij deze beschaving nieuw leven ingeblazen; hij heeft ze zelfs van de ondergang gered. De kloof die hem scheidde van de oude, tot het christendom bekeerde Romeinse bevolking werd hem fataal. Omdat hij geen opvolger had, werd zijn werk niet verdergezet.

Terug - Verder