400 - 1031
De vroege middeleeuwen
(Het Karolingische - Frankische Rijk)


De eerste generatie Karolingen

Met enige moeite had Karel Martel zich meester gemaakt van Francië, waarmee het oeuvre van zijn vader Pippijn gered was. Vervolgens ondernam hij talrijke expedities naar Germanië om er tegen de Saksers, die op dat ogenblik de grootste bedreiging vormden, te strijden. Hij herstelde het Frankisch gezag over Friesland en onderwierp opnieuw Beieren en Alamannen. Daarnaast betuigde hij zijn steun aan het evangelisatiewerk, inspanningen die politiek beloond werden. In nauwe samenwerking met de pausen en met Karels zegen organiseerde Bonifatius de kerstening van de Germaanse volkeren, terwijl Willibrordus Friesland voor zijn rekening nam. De beruchte slag bij Poitiers (732) waar Karel zijn bijnaam “Martel” (=strijdhamer) verdiende, betekende een keerpunt in de Europese geschiedenis. De islamitische opmars werd niet alleen tot stilstand gebracht, maar ook teruggedreven uit West-Europa. Door de Saracenen tegen te houden, redde Karel Martel het christendom… Toen hij in 741 overleed, werd het Rijk verdeeld onder zijn beide zoons: Karloman kreeg Austrasië, Alamannië en Thüringen, Pippijn Neustrië en Bourgondië. Vanzelfsprekend kregen Karels opvolgers te maken met talrijke opstanden en geduchte verzetsbewegingen, maar door een krachtdadig, collectief optreden lukte het hen die te onderdrukken.Vrij spoedig trok Karloman zich evenwel terug in de abdij van Monte Cassino. Voortaan regeerde Pippijn (de Korte) alleen. Net als zijn vader pakte Pippijn Germanië aan en begunstigde hij het evangelisatiewerk van Bonifatius. Maar dat was niet voldoende. Voor Pippijn was de tijd rijp om komaf te maken met de Merovingische dynastie die niets meer voorstelde. Vergeet niet dat Pippijn nog maar “slechts” hofmeier was. Omdat hij niet buiten de wet wilde handelen en ook omdat hij wilde rekenen op een onbesproken moreel gezag, vroeg hij de paus wie nu eigenlijk koning moest zijn: hij die de titel droeg of hij die de macht uitoefende? Het pauselijk antwoord laat zich raden: hij die werkelijk de macht in handen heeft. In 751 liet hij zich door zijn partijgangers onder de aristocratie tot koning verkiezen, waarna Bonifatius hem wijdde: “Rex Francorum Dei gratia”. De laatste Merovingische vorst kreeg een tonsuur en werd opgesloten in de abdij Sint-Bertijns. Na de invallen van de Longobarden in Italië in de 7de eeuw zou Pippijn de pausen te hulp zijn gestreden. Hij veroverde het gebied en dwong de Longobarden het excavaat Ravenna en het hertogdom Rome, over te dragen aan de paus. Later heeft men deze schenking de “Donatio Pepini” genoemd. Het kostte de koning geen moeite om grondgebied af te staan dat hij toch niet had - voorheen was het Byzantijns bezit – maar door de Romeinse provincie weg te schenken, legde hij de basis voor de Kerkelijke Staat, een zware hypotheek voor de Italiaanse én de Europese geschiedenis. Het was een politieke daad waarvan hij de gevolgen op dat ogenblik (756) niet kon overzien: de Italiaanse eenmaking zou pas in 1870 tot stand komen.

Terug - Verder