400 - 1031
De vroege middeleeuwen
(Het Karolingische - Frankische Rijk)


De Karolingen in de 9de eeuw

Lodewijk de Vrome was 36 jaar oud toen hij zijn vader opvolgde. In tegenstelling tot zijn vader had hij wel onderwijs genoten, maar hij bezat noch de energie, noch het gezond verstand van Karel. Zijn heerschappij werd gekenmerkt door slapheid en besluiteloosheid. Onder invloed van de geestelijkheid verdedigde hij de handhaving van de eenheid binnen het Frankische Rijk. Vandaar zijn besluit om zijn oudste zoon Lotharius aan te duiden als medekeizer en opvolger. Zijn andere zoons, Pippijn en Lodewijk, zouden slechts onderkoningen zijn en onderschikt zijn aan hun broer. Na de dood van zijn eerste vrouw hertrouwde Lodewijk met Judith en uit dit huwelijk werd in 823 een vierde zoon, Karel, geboren. Zijn moeder wou hem te allen prijze bij de regering betrekken. De gevolgen waren niet te overzien: opschudding bij de andere kinderen, een nieuwe dotatie vanwege de keizer, opstand van de zoons en van prominenten in het Rijk, afzetting van Lodewijk en uiteindelijk herstel van de keizerlijke waardigheid. Het was een opvolging van niet zo geweldige gebeurtenissen en oorlogen die het keizerlijke prestige aantastten. Door al deze familieruzies verloor Lodewijk Europa uit het oog: aan alle kanten werden de grenzen bestookt. Veel tijd om orde op zaken te stellen kreeg hij niet, want in 840 overleed hij. Het werd een zaak op leven en dood. Tussen Lotharius, Lodewijk en Karel heerste voortdurend krakeel. Kort daarop verbonden Lodewijk de Duitser en Karel de Kale zich met elkaar tegen hun broer Lotharius in de beroemde Eed van Straatsburg (februari 842). In 843 verdeelden de twistende broers het Rijk van Karel de Grote voorgoed onder elkaar bij het Verdrag van Verdun. Lodewijk de Duitser kreeg de streek tussen Rijn, Aar en Elbe toegewezen; Lotharius een lang gebied van Friesland tot Italië tussen de Rijn, de Schelde en de Maas, terwijl Karel de Kale – de oorzaak van al het onheil – het westelijk deel van het Rijk (waaronder Limburg) ontving. Aldus maakte het Verdrag van Verdun een einde aan de eenheidsgedachte van het Keizerrijk en aan het principe van de onverdeelbaarheid dat de Romeinen verdedigden. Bovendien bevestigde dit verdrag een standpunt dat ook door de eenheid van Straatsburg werd verdedigd: het bestaan van twee totaal verschillende zones, het Germaanse en het Romaanse Europa. Het oude continent verloor niet alleen zijn politieke en zijn taalkundige eenheid, maar bovendien verwaterde de enige mogelijkheid op vrede. Het verdrag van Verdun gaf ontstaan aan het Europa der naties. Na het overlijden van hun neef Lotharius II sloten Lodewijk en Karel in 870 het verdrag van Meerssen dat Lotharingen verdeelde. Nog andere verdelingen waren het gevolg van nieuwe familietwisten, overal kwamen er barsten in het Frankische Rijk. Onder Karel de Dikke werd het Rijk tijdelijk herenigd, maar diens onbekwaamheid en lafheid stuitte iedereen tegen de borst. In 887 kwam er definitief een eind aan het Karolingische eenheidsrijk. Aan beide kanten van de Rijn koos men voortaan een eigen vorst.

Terug - Verder