400 - 1031
De vroege middeleeuwen
(Het Karolingische - Frankische Rijk)


De invallen der Noormannen

Vooral sedert de dood van Lodewijk de Vrome was het Frankische Rijk het mikpunt van Noormannen of Vikingen, bewoners van Denemarken, Noorwegen en Zweden. Vanaf de 8ste-9de-eeuw maakten zij, als zeerovers en plunderaars, de Frankische, Ierse en Engelse kusten onveilig. Ze werden daarbij gedreven door velerlei motieven: Scandinavische bevolkingsexplosie, politieke verbanning, gebrek aan landbouwgronden, avontuur, om nog maar te zwijgen van de aantrekkingskracht die de rijkdom en het zwakke keizerlijk gedrag op hen uitoefenden. Hun tactiek bestond er in dikwijls en onverhoeds aan te vallen, meestal in kleine benden. Tijdens de winter vestigden ze zich in bepaalde gewesten langs de kust, van waaruit ze in de lente het binnenland onveilig maakten. De Noorse Vikingen hielden de Faeroëreilanden en de Hebriden bezet en vernietigden de christelijke beschaving in Ierland. Van daaruit trokken ze verder naar Spanje en Portugal. Zij vestigden zich later in IJsland en iets later in Groenland. De Deense Vikingen plunderden langs de Engelse kust, verwoestten het hinterland en haalden de bisschoppelijke paleizen en abdijen leeg. In 911 verkreeg de Vikingenleider Rollo van Karel de Eenvoudige de toelating om zich in het mondingsgebied van de Seine te vestigen, in een gewest dat later Normandië (van Noormannen) werd genoemd. Daarmee eindigden de invallen der Noormannen in onze gewesten.Aan de vooravond van de 10de eeuw was Europa door toedoen van Vikingen, Magyaren en Saracenen een verarmd, bloedeloos, versnipperd en verarmd continent geworden.

Terug - Verder